Leasing
werd voor het eerst in België geïntroduceerd
in december 1961. Men heeft zes jaar moeten wachten
op koninklijk besluit Nr. 55 van 10 november 1967, vooraleer
de leasing een wettelijk statuut kreeg.
Er
zijn verscheidene redenen waarom een onderneming kan kiezen
voor leasing. Bij leasing gaat het om een financiering
tegen 100%: de geldschieter neemt de volledige
financiering op zich van het materieel dat volgens een leasingformule
wordt aangeboden.
De
vervoerkosten, invoerkosten en kosten voor het
monteren, zijn eveneens verrekend in het gefinancierde
bedrag. Bij andere vormen van krediet wordt van
de investeerder vaak geëist dat hij een deel van de
financiering via eigen middelen aanbrengt. Dankzij
een financiering tegen 100% hoeft het eigen vermogen van
de onderneming niet te worden aangesproken, zodat
dat geld voor andere doeleinden kan worden besteed of eventuele
problemen qua liquiditeit kunnen worden opgelost. Vooral
voor kleinschalige bedrijven (zelfstandigen, KMO's) is dat
erg interessant. Dat geldt in de eerste plaats voor jonge
ondernemingen, die anders niet gemakkelijk aan een lening
geraken, tenzij tegen zeer dure voorwaarden bij gebrek aan
waarborgen.
Huurfinanciering
wordt ook beschouwd als een erg soepele vorm van
financiering. Het schuldaflossingsplan kan afhankelijk
van de eigen behoeften van de onderneming worden opgesteld.
De duur van de huurfinanciering kan in dalende of in stijgende
lijn gaan of lineair verlopen. De afbetalingen kunnen maandelijks,
driemaandelijks of halfjaarlijks zijn. Er kan dus sprake
zijn van een krediet op maat voor de onderneming.
Al
die positieve aspecten in juridisch, economisch en commercieel
opzicht hebben bijgedragen tot het succes dat leasing
de voorbije tien jaar heeft gekend.