In
België bestaat er geen eenduidige wettekst die over
leasing handelt. Meerdere wetteksten lichten de
verscheidene aspecten toe zonder weliswaar onderling
overeen te stemmen. Volgende teksten zijn te onthouden :
Koninklijk Besluit nr 55 van 10 november 1967
Ondanks
het feit dat leasing reeds in 1961 op de Belgische markt
aanwezig was heeft men op het Koninklijk
Besluit nr 55 van 10 november 1967 moeten wachten om
een wettelijke erkenning te bekomen. Dit
K.B., nog steeds van toepassing, geeft aan leasing de wettelijke
benaming "financieringshuur", stelt de criteria
vast aan dewelke alle verrichtingen moeten beantwoorden
en regelt de erkenning van het Ministerie van Economische
Zaken teneinde deze activiteit te kunnen uitoefenen. Het
K.B. heeft uitsluitend betrekking op leasing van
roerende goederen.
K.B.
nr 55 noopt tot volgende commentaren :
- Het contract dient betrekking te hebben op bedrijfsmaterieel.
- Sluit de mogelijkheid uit om leasingcontracten af te
sluiten met particulieren aangezien het goed enkel mag
gebruikt worden voor beroepsdoeleinden.
Deze eis brengt moeilijkheden met zich mee indien het
over een "gemengd gebruik" handelt en vooral
bij personenwagens. In de praktijk worden de personenwagens,
gebruikt voor zowel beroeps- en privédoeleinden.
- Geeft aan de leasing
een beknopte definitie die zich vooral beperkt tot
de financiële "full pay out" leasingverrichtingen.
De verrichtingen die niet beantwoorden aan deze criteria
worden dan als een huur beschouwd en vallen onder toepassing
van het Burgerlijk Wetboek.
- Een leasingonderneming die enkel
operationele huurcontracten afsluit valt niet onder
dit K.B. en moet bijgevolg niet
erkend worden.
Ministerieel Besluit van 23 februari 1968
Enkele
maanden later, stelde het Ministerieel
Besluit van 23 februari 1968 alle voorwaarden
vast aan dewelke ondernemingen, die huurfinancieringscontracten
wensen te sluiten en bijgevolg erkend moeten worden
volgens K.B. nr 55, moeten beantwoorden.
Koninklijk Besluit van 30 december 1991
Het
Koninklijk Besluit van 30 december 1991 bracht nieuwe reglementeringen
met zich mee inzake de boekhoudkundige en fiscale
behandeling van sale and lease back verrichtingen.
Dit K.B. had als doel een einde te stellen aan de zeer voordelige
fiscale verrichtingen die, tijdens voorgaande jaren massaal,
waren toegenomen.
Koninklijk besluit nr 30 van 29 december 1992
Het
K.B.
nr 30 van 29 december 1992, dat van kracht is sinds
1 januari 1993, stelt de criteria vast aan dewelke de onroerende
leasingverrichtingen moeten beantwoorden teneinde binnen
het kader van de BTW-toepassing, met name artikel
44§3 van het BTW-wetboek, te blijven. Hoewel dit K.B.
slechts betrekking heeft op BTW, blijkt het een bepalend
element te zijn bij onroerende leasing, De meeste
contracten worden opgesteld rekening houdende met deze bepalingen.
Op 10 januari 2005 werd het K.B. een laatste maal aangepast
om misbruiken tegen te gaan.
Koninklijk besluit van 3 december 1993
Per
23 december 1993 is in het Belgisch Staatsblad de nieuwe
boekhoudkundige definitie van leasingverrichtingen
verschenen en dit binnen het kader van het K.B.
van 3 december 1993. Deze nieuwe definitie bracht op
het vlak van de boekhoudkundige verwerking van leasing-
en huurverrichtingen, zowel voor roerend als voor onroerend
goed, heel wat wijzigingen met zich mee.