De totale leasingproductie (roerende en onroerende leasing) bij de leden van de BLV bedroeg 4.005,5 miljoen EUR in 2010, d.i. 6,6 % meer dan het jaar voordien. Toch lag die productie nog ver onder het niveau van 2007 en 2008. De productie van roerende leasing klom met 6,7 %, die van onroerende leasing met 6,2 %.
De bruto-investeringen in vaste activa door de ondernemingen lagen in 2010 op hetzelfde niveau als in 2009. Daardoor steeg de penetratiegraad, d.i. de verhouding tussen de totale leasingproductie bij de BLV-leden en de bruto-investeringen in vaste activa van de ondernemingen, van 8,6 % in 2009 tot 9,1 % in 2010. De penetratiegraad is echter nog aanzienlijk lager dan in de periode 2002-2008, toen het cijfer rond 10 % schommelde.
Bekijkt men de evolutie van de roerende leasingproductie per type uitrusting, dan stelt men vast dat, met uitzondering van schepen, vliegtuigen en rollend spoorwegmaterieel, de leasingproductie van personenwagens het sterkst toenam
(+ 17,7 %), gevolgd door die op het gebied van industriële machines en uitrustingen (+ 2,8 %). De leasingproductie van computers en bureaumaterieel liep daarentegen met 14,6 % terug.
Bij de cliëntencategorieën zien we een sterke stijging van de productie aan roerende leasing voor de industrie ( + 8,9 %), maar een daling van de productie voor de dienstensector met 7,3 %. De productie voor de staat, gewesten en internationale instituten steeg met 140 % en kwam voor de eerste maal uit op meer dan
200 miljoen EUR.
Het aandeel van de financiële leasing in de totale leasingproductie klom van 61,8 % in 2009 tot 64,8 % in 2010, ten nadele van de operationele leasing.
Einde 2010 was het uitstaand bedrag aan roerende en onroerende leasing
11.958 miljoen EUR,
d.i. 2,8 % meer dan het jaar voordien.
De recentste volledige cijfers voor Europa hebben betrekking op 2009. De totale leasingproductie van de leden van Leaseurope lag in 2009 32,3 % lager dan het jaar voordien. Bij de leden van de BLV nam de leasingproductie in 2009 met 22,7 % af.